Terug naar alle blogs
Manon Biset Vadelorge
09.06.2026
Nieuws Legal

Kunstwerkers: Het laatste nieuws

De voorbije maanden heeft de regering-Arizona een reeks sociale en fiscale hervormingen doorgevoerd die de kunstwerkers van dichtbij raken. Van de indexering van het GGMMI en de nieuwe regels rond auteursrechten tot de pensioenhervorming, er valt heel wat over te vertellen. We geven je graag een overzicht van wat concreet verandert.

 

1. Het GGMMI werd geïndexeerd: nieuwe bedragen om te onthouden

 

Sinds 1 april 2026 is het Gewaarborgd Gemiddeld Minimummaandinkomen (GGMMI) geïndexeerd. Voor jou als kunstwerker vertaalt zich dat in twee nieuwe referentiebedragen.

 

Cachet
Referentiedagloon
84,22 €
Drempel negatieve
conversieregel
210,56 €

 

Het referentiedagloon (het cachet) stijgt naar € 84,22. Dat is het bedrag dat als berekeningsbasis dient — onder meer om je gewerkte dagen te berekenen in het kader van je kunstwerkuitkering. We komen er verderop in het deel over de pensioenen op terug, want dit cijfer speelt ook daar een belangrijke rol.

 

De drempel van de negatieve conversieregel stijgt naar € 210,56. Deze drempel bepaalt welke dagen als niet-vergoedbaar worden beschouwd. Er geldt enkel een uitzondering voor lonen die worden uitbetaald onder PC 303.01 (langspeelfilm). Bovendien is de impact van deze maatregel niet onmiddellijk voelbaar: ze treedt pas in werking na een periode van drie kwartalen.  

 

Ook de uitkeringen werden geïndexeerd

 

Het bedrag van de kunstwerkuitkering werd op 1 maart 2026 geïndexeerd. De bedragen zijn de volgende:

 

  • Gezinshoofd: min. € 72,52/dag en max. € 75,30/dag
  • Alleenstaande en samenwonende: min. € 63,89/dag en max. € 75,30/dag

 

2. Auteursrechten en naburige rechten: heb je je attest al?

 

Dit is wellicht het belangrijkste punt in de hele hervorming. De programmawet van 30 mei 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 1 juni 2026, wijzigt de fiscale regels die van toepassing zijn op auteursrechten en naburige rechten. Ze geldt voor iedereen: of je je rechten nu ontvangt via een uitgever, een producent, een collectieve beheersvennootschap of via Amplo.

 

Wat verandert er voor je aangifte 2027?

 

Tot nu toe kon je automatisch van een forfaitaire kostenaftrek genieten op je inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten:

 

  • 0 € − 20.590 €: 50 % kosten
  • 20.590 € − 41.180 €: 25 % kosten
  • Boven 41.180 €: geen kostenaftrek

 

Vanaf de inkomsten van 2026 (belastingaangifte 2027) kunnen enkel de houders van een gewoon kunstwerkattest of kunstwerkattest "plus" hier nog van genieten.

 

Heb je geen attest, of heb je het attest "starter", dan kun je deze forfaitaire aftrek niet langer toepassen. Het verschil zal je voelen op het moment van uitbetaling van de rechten en bij je belastingaangifte.

 

⚠️ Let op: terugwerkende kracht

 

Deze maatregelen zijn van toepassing op de inkomsten die betaald of toegekend worden vanaf 1 januari 2026. Je bereidt je dus maar beter nu al voor.

Er bestaat een alternatief:

 

je werkelijke kosten aftrekken. Daarvoor moet je wel al je bewijsstukken sinds 1 januari 2026 bewaard hebben. Is dat nog niet het geval? Begin er dan vandaag mee!

 

Tot slot komen enkel de inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten die voortvloeien uit activiteiten die gedekt worden door het kunstwerkattest in aanmerking voor de forfaitaire kostenaftrek. Wanneer de inkomsten afkomstig zijn van een activiteit die niet door het attest wordt gedekt, zal de forfaitaire kostenaftrek dus niet kunnen worden toegepast.

 

Wat doe je

concreet?

 

Heb je nog geen kunstwerkattest? Vraag het dan meteen aan bij WITA (Working in the Arts) via workinginthearts.be.

Waarom dit ook hét moment is om je attest aan te vragen

 

Het kunstwerkattest dient niet alleen daarvoor: het opent mogelijks ook andere sociale voordelen waaronder bijvoorbeeld de kunstwerkuitkering. Twijfel je nog om de stap te zetten, dan is dit het goede moment. Om het verschil tussen het attest en de uitkering beter te begrijpen, raadpleeg je onze speciale FAQ.

 

3.Pensioenen: wat de hervorming voor jou verandert

 

De pensioenhervorming is een van de grote werven van Arizona. En zoals zo vaak stelt de loopbaan van kunstwerkers specifieke uitdagingen. Hier zijn de essentiële elementen om te begrijpen wanneer je als kunstwerker actief bent (geweest).

 

Vroeger met pensioen: de voorwaarden

 

Het is mogelijk om vóór de wettelijke leeftijd met pensioen te gaan, op voorwaarde dat je een voldoende lange loopbaan kunt aantonen:

 

Voorwaarden voor vervroegd pensioen
Leeftijd Voorwaarde A Voorwaarde B
Vanaf 60 jaar 44 jaar + min. 156 dagen/jaar 42 jaar + min. 234 dagen/jaar
Vanaf 62 jaar 43 jaar + min. 156 dagen/jaar 42 jaar + min. 234 dagen/jaar
Vanaf 65 jaar 42 jaar + min. 156 dagen/jaar

 

Het lijkt erop dat periodes van werkloosheid zullen worden gelijkgesteld met gewerkte dagen. De kunstwerkuitkering wordt dan behandeld zoals tijdelijke werkloosheid.

 

Er zijn ook andere verwachte gelijkstellingen zoals bijvoorbeeld: dienstplicht, tijdskrediet met motief, ziekte en invaliditeit, zwangerschapsverlof, opvoeding van een kind tot 6 jaar onder bepaalde voorwaarden, … Op welke manier die gelijkstelling berekend zal worden, is voorlopig nog niet volledig gecommuniceerd.

 

Let op de pensioenmalus

 

Ga je vervroegd met pensioen, dan kan een definitieve vermindering van je pensioen van toepassing zijn. Om dat te vermijden, moet je aan twee voorwaarden voldoen: minstens 35 jaar loopbaan met 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen, en een totaal van 7.020 gewerkte of gelijkgestelde dagen. Wacht je tot de wettelijke leeftijd, dan is er geen enkele malus van toepassing.

De wettelijke pensioenleeftijd

 

  • Geboren vóór 1/1/1960: 65 jaar
  • Geboren tussen 1/1/1960 en 31/12/1963: 66 jaar
  • Geboren vanaf 1/1/1964: 67 jaar

Een volledige loopbaan = 45 jaar werken.

 

Het minimumpensioen: twee specifieke maatregelen voor kunstenaars

 

In 2026 bedraagt het minimumpensioen 1.844,93 € bruto/maand voor een alleenstaande en 2.305,44 € bruto/maand voor een gezinspensioen. Om hiervan te kunnen genieten, moet je in principe 5.000 gewerkte dagen aantonen.

 

Het probleem? Kunstwerkers hebben van nature een onderbroken parcours: periodes van creatie, repetities, korte contracten, onzichtbaar werk … Aan 5.000 dagen komen is structureel moeilijker dan in andere sectoren. De Kamer heeft dat erkend door twee specifieke maatregelen te stemmen:

 

  1. De cachetregel wordt toegepast. Concreet: je dagen wegen zwaarder door in de berekening. De cachetregel bepaalt dat 1 gewerkte dag, op dit moment, wordt geteld per schijf van 84,22 € ontvangen brutoloon. Dat bedrag is onderhevig aan indexeringen.
  2. Het aantal gewerkte dagen wordt daarna vermenigvuldigd met een verhogingscoëfficiënt van 1,42.

 

Ook de niet-vergoedbare dagen tellen mee. Deze dagen, die in de werkloosheidsreglementering geen recht geven op een uitkering, worden voortaan erkend in de pensioenberekening — een echte stap vooruit bij de erkenning van het parcours van een kunstwerker.

 

Vragen over jouw situatie? We staan klaar om je te helpen en klaarheid te brengen in jouw situatie. 

 

Raadpleeg onze FAQ voor kunstwerkers

 

Werp een blik op onze webinars

 

Neem rechtstreeks contact op met onze teams